Inge Jager: “We doen onderzoek om de zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid te verbeteren”
Per half maart heeft Inge Jager het stokje overgenomen van Anneke van Schaik als directeur Academische Taken bij GGZ inGeest. ”GGZ inGeest kiest duidelijk voor het borgen van kennis, opleiden en wetenschap en ik ben trots dat ik deze rol mag vervullen.”
Achtergrond
Inge is sinds 2019 werkzaam bij GGZ inGeest als klinisch psycholoog op de TOPGGz-afdeling Depressie en was expertiselijnvoorzitter Depressie, angst en psychosomatiek. Daarnaast is zij als postdoc onderzoeker betrokken bij de Academische Werkplaats Depressie, in samenwerking met Amsterdam UMC. De afgelopen zeven jaar was zij ook werkzaam als Waarnemend hoofdopleider GZ.
“Ik was direct enthousiast over de vanzelfsprekendheid waarmee wetenschap, innovatie en klinische zorg op de TOPGGz polikliniek hand in hand gingen. Ik vond het team gedreven én warm. GGZ inGeest was in ontwikkeling waarbij er veel werd geprofessionaliseerd en anders georganiseerd, zoals met de komst van het Zorgberaad. Ik kon me erg vinden in de ingezette koers en dit maakte dat ik bleef.”
Verbinding tussen onderzoek en praktijk
Volgens Inge vormt deze verbinding de kern van Academische Taken. “We doen onderzoek om de zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid te verbeteren. Dat is ons bestaansrecht en daarom is die verbinding essentieel.”
In haar nieuwe rol richt Inge zich op de verdere ontwikkeling van onderzoek, opleiden en kennisdeling binnen GGZ inGeest. “Juist in een tijd van tekorten en wachttijden is het belangrijk om nieuwe kennis in de praktijk te brengen en professionals te blijven opleiden en verbinden aan de organisatie.”
Vooruitblik
Voor de komende jaren hoopt Inge dat de bloeiende onderzoekslijnen verder floreren. “Ik wil er graag aan bijdragen dat de kennis die hier wordt gegenereerd, sneller in elk klinisch team terechtkomt. Maar dat we dit ook naar de regio uitdragen, zoals door consultatie. Daarnaast moeten we echt beter weten of we doen wat werkt om sneller bij te kunnen sturen binnen onze behandelingen, bijvoorbeeld door slimmer gebruik van ROM.”
