depressie

‘Ik was bezig met overleven, jaren lang’

“Op mijn 17e had ik mijn eerste echte depressie. Het was niet dat ik me verdrietig voelde, ik voelde juist heel weinig. Dat heeft jaren geduurd. Voelen heb ik pas veel later geleerd.”

ervaringsverhaal-depressie-judith_1

“Ik heb een zakelijke band met mijn ouders”, vertelt Judith. “Mijn vader was een strenge man, ik voelde me vaak gespannen als hij thuis was. Als kind denk je dat dit normaal is. Maar bij een vriendinnetje zag ik dat het ook anders kon. Ze praatten met elkaar, het was er warm en gezellig. Ik vertelde thuis wel dingen, maar mijn vader wist het altijd beter. Op een gegeven moment hield ik op met vertellen. Wat ik zei, deed er toch niet toe.

Op mijn 17e had ik mijn eerste echte depressie. Ik ging op de fiets naar school en dacht: als er nu een bus tegen me aan rijdt, is dat prima. Tijdens mijn studie aan de heao werd het niet veel beter. Ik studeerde en sportte alleen maar. Af en toe ging ik naar de film. Ik was altijd moe en niet gelukkig.

Ik was vooral moe en ongelukkig

Na mijn studie ging ik als accountant werken. De druk was hoog. Ik werkte hard, vaak nog harder dan van mij werd verwacht. Ik werd een paar keer ziek. Ik had pijn in mijn handen, maar ik was vooral moe en ongelukkig. Toch ging ik altijd zo snel mogelijk terug naar het werk. Dat moest van de bedrijfsarts en ik doe altijd wat er van me wordt gevraagd.

Toen ik me 4 jaar geleden weer slecht voelde, ging ik minder werken. Van de huisarts kreeg ik medicijnen. De huisarts stuurde mij ook naar een psycholoog. Toch ging het steeds slechter met me. Begin 2016 zat ik weer bij de huisarts – ik wilde niet meer verder leven. Meteen die dag kon ik naar de crisisopvang van Amstelmere. Ik kreeg meer medicijnen en ik sprak iedere dag met een verpleger. Maar het hielp niet.

Een nieuwe therapie

In totaal zat ik 6 weken in de crisisopvang. Ik wilde niet nog meer pillen, ze hadden nare bijwerkingen en ze hielpen niet. Toen stelde de arts elektroconvulsie therapie voor, ECT heet dat. Er was 80% kans dat het werkte, dus ik wilde het wel proberen. In het AMC kreeg ik 13 sessies, 2 per week. De mensen in de kliniek waren heel aardig. Ik deed braaf wat ze van me vroegen. Als ik in het weekend naar de bioscoop was geweest, zeiden ze: ‘Zie je wel dat het goed gaat’. Maar ik voelde me niet goed.

Na de ECT kwam ik thuis. Een paar uur in de week ging ik naar mijn werk. Ook ging ik terug naar de eerste psycholoog. Zij zei dat ik een vermijdende persoonlijkheidstoornis had. Dat had ik nog niet eerder gehoord. Ik had dus wat nieuws, misschien kon ik dan een nieuwe therapie doen. In Amstelmere had ik een gesprek met een psycholoog over schematherapie. Zij zei: ‘Je bent knetterdepressief, je kunt dit helemaal niet doen’. Ze stuurde me weer weg. Toen wist ik het niet meer.

Beter contact maken

Ik voelde me nog steeds slecht. Maar wat het nog erger maakte, is dat ik dat steeds moest zeggen. Vanuit Amstelmere verwezen ze me naar kliniek De Nieuwe Valerius. Daar was net een groep voor chronisch depressieve patiënten gestart. Het programma dat ik daar volgde heet CBASP. Dat staat voor Cognitive and Behavioral Analysis System of Psychotherapy. De therapie was 2 keer 6 uur in de week. Je leert vooral hoe je beter contact maakt. Ik merkte dat mijn gedrag invloed had op anderen. Wat ik doe is dus toch belangrijk voor anderen.

Als vervolg op CBASP ging ik voor gesprekken naar Marieke, een psycholoog van GGZ inGeest. Ik voelde me nog steeds slecht. Maar wat het nog erger maakte, was dat ik dat de hele tijd moest zeggen als Marieke vroeg hoe het ging. Marieke zei: ‘Okay, het gaat nog steeds rot en dat is niet erg.’ Ze maakte echt contact met me. Vanaf toen ging het beter. We spraken over mijn jeugd. Ik zag dat het niet normaal was geweest bij ons thuis, dat het zorgde voor problemen nu.

Ik leerde mijn gevoelens te benoemen

Marieke liet me zien dat ik wel goed kan denken en doen, maar niet goed kan voelen. Zij heeft me geleerd hoe ik kan zeggen wat ik voel. Ik voelde me altijd blij of niet-blij. Ik wist niet dat niet-blij verschillende dingen kan zijn: bang, boos of verdrietig bijvoorbeeld. Door Marieke ging ik mijn gevoelens beter begrijpen.

Het gaat nu langzaam beter met me, maar soms val ik nog terug. Ik stop dan met voelen en ga weer overleven. Op sommige dagen kan ik daar dan zelf weer uitkomen. Maar ik heb er nog geen controle over. Mijn doel is om erop te vertrouwen dat het nooit meer zo erg wordt als het was. En dat ik er zelf uit kan komen.

Mijn eigen verhaal vertellen doet me goed

Inmiddels werk ik niet meer als accountant. Ik ben de cursus ‘Werken met eigen ervaring’ gaan doen. Daar heb ik aan de groep over mijn ervaringen verteld. Ik heb mijn verhaal daarna ook verteld aan een groep artsen en psychologen. Verder schrijf ik blogs en ik geef lezingen over chronische depressie. Mijn eigen verhaal vertellen doet me heel goed, meer dan de pillen. Ik begin te geloven dat ik iets kan betekenen voor anderen.”

Judith is haar echte naam. Ze staat op haar eigen verzoek ook zelf op de foto.