biopolaire stoornis

‘Ik ging van de ene naar de andere kant’

Vroeger was ik weken achter elkaar depressief en dan opeens had ik weer heel veel energie. Na jaren kreeg ik de diagnose bipolair. Nu ben ik veel stabieler. En eindelijk ben ik klaar om mijn verleden als vluchteling te verwerken.

shutterstock_1078404425 ervaringsverhaal Irina

Ik ben geboren in Azerbeidzjan. Op mijn 15e zijn we gevlucht vanwege de oorlog met Armenië. Met een busje werden we via Polen naar Nederland gebracht. Wat wist ik van Nederland? Tulpen, de Amsterdamse Wallen en Ajax. Meer niet. Ik wilde hier helemaal niet zijn.

Meer dan 3 jaar lang verhuisden we van opvangcentrum naar opvangcentrum. Soms sliepen we met honderden mensen in een zaal. Mijn moeder was in paniek, ze wilde terug. Ik vond het contact met andere vluchtelingen juist leuk. Maar telkens als ik vrienden had gemaakt, gingen zij weer weg. Of wij vertrokken weer. Uiteindelijk kregen we een huis in Groningen. Ik voelde me niet welkom in het noorden van het land, ik had weinig Nederlandse vrienden. Logisch dat ik somber was.

Psychische klachten zijn taboe

Ik studeerde hard, dat deed ik vooral voor mijn ouders. Ik vond dat ik iets goed te maken had, zij hadden voor mijn veiligheid hun land verlaten. Toen begonnen de depressies, maar ik deed er niets mee. Psychische klachten zijn taboe bij ons, je bent gek als je hulp zoekt. Tot een vriendin zei: ‘Ga eens met iemand praten’. Ik ging naar een psychologe en besprak met haar hoe ik met depressies, angst en stress kon omgaan. We hadden het niet over mijn verleden als vluchteling.

Toen ik op mezelf ging wonen, werd de stress steeds groter. In 2012 had ik een relatie, we hadden een huis gekocht, we waren aan het verbouwen en ik had een vervelende baan bij een incassobureau. Ik was doodongelukkig en depressief en ik sliep soms nachten lang niet. Ik kon niet meer. En ik wilde niet meer.

Manisch-depressief

Via de huisarts kwam ik bij GGZ inGeest. De therapeut was heel goed, ze gaf me de aandacht en liefde die ik van mijn moeder niet kreeg. Na twee weken voelde ik me stukken beter en vol energie. De therapeut vond dat vreemd. Ze zei: ‘Misschien heb je een bipolaire stoornis.’ Dat betekent dat je manisch-depressief bent. In een depressieve periode ben je somber en doe je bijna niks. In een manische periode ben je juist heel druk en doe je allerlei dingen zonder goed na te denken. Er zijn mensen die dan bijvoorbeeld opeens een Ferrari kopen, las ik op internet. Ik dacht: ‘Ik heb geen bipolaire stoornis, want ik koop geen Ferrari’s.’

Maar in 2015 werd ik moeder en werd alles anders. Ik was druk met de baby, ik gaf borstvoeding en ik kon niet slapen. Mijn lijf raakte op. Toen draaide ik door. Ik deed een zelfmoordpoging en kwam bij de crisisdienst. Ik moest mijn stemmingen in een grafiek bijhouden. De psychiater zei: ‘Jij bent bipolair.’ En ik dacht: ‘Het klopt.’ Ik kreeg medicijnen. Bijwerking daarvan was dat ik heel goed ging slapen, dat was zo fijn.

Twee types

Er zijn twee types bipolariteit, weet ik nu. Als je type 1 hebt, kun je echt manisch worden. Ik heb type 2. Ik heb periodes waarin mijn gedachten op hol slaan. Dan doe ik te veel en ga ik over mijn grenzen heen. Daarvan raak ik uitgeput en dat lokt weer een depressie uit. En zo ga ik van de ene naar de andere kant. Ze zeggen dat type 2 de milde vorm is, maar daar ben ik het niet mee eens. Het is zwaar.

Na de crisisdienst kreeg ik een jaar lang begeleiding van het F-ACT-team. In het begin sprak ik 2 tot 3 keer in de week een psychiater, verpleegkundige of psycholoog. Later ontdekte ik de herstelgroep. Ik leerde daar een ervaringsdeskundige kennen, een oudere man met een bipolaire stoornis. Hij vroeg: ‘Wat is er in jouw leven gebeurd waardoor je gek bent geworden?’ Ik vond het grappig dat hij er zo luchtig over sprak. Door hem ging ik ook naar de positieve kanten van de aandoening kijken. Ik kan bijvoorbeeld intens voelen en creatief denken.

Werken met eigen ervaring

In een herstelgroep deelde ik mijn ervaringen met andere patiënten en ervaringsdeskundigen. Ik leerde van hen weer nieuwe dingen. En ik vond er troost en steun. Dat vond ik zo mooi, dat gunde ik anderen ook. Daarom heb ik heb de cursus Werken met eigen ervaring gedaan. Daar leerde ik hoe ik mijn ervaring inzet voor anderen. Nu leid ik zelf herstelgroepen. Ik vind het geweldig om te doen. Niets is zo mooi als mensen te zien herstellen. Mijn leven past steeds beter bij me, ook met de bipolaire stoornis. En ik ben ook klaar om in mijn verleden te duiken. Nu durf ik het aan.

Irina is niet haar echte naam.