angst

‘Mijn angst wil dat ik in een kamertje blijf’

Ik ben bang dat mensen vinden dat ik stink. Daardoor durf ik niet naar plekken waar veel mensen zijn. Ik heb me steeds meer afgesloten van de buitenwereld. Dat wil ik niet meer.

shutterstock_599233256 ervaringsverhaal Asha

Mijn vader en moeder komen uit Suriname. Zelf ben ik in Nederland geboren. Als kind was ik veel alleen. Dat kwam omdat ik als zwart meisje opgroeide in een witte omgeving. Ik probeerde erbij te horen, maar dat lukte niet. Ik vond mezelf niet goed zoals ik was. Dat alles is vast gaan zitten in mijn hoofd. Ik ben heel gevoelig geworden voor wat anderen van mij denken.

Samen buiten oefenen

In mijn studententijd verzorgde ik mijn gebit niet goed, ik kreeg een ontstoken kies. Dat ruikt niet fris en daar hebben mensen opmerkingen over gemaakt. Toen is het begonnen. De angst om te stinken, de angst dat mensen me vies vinden. Daardoor vind ik het moeilijk om boodschappen te doen, om de metro te nemen, om naar het café te gaan. Ik trok me steeds meer terug, ik sloot mezelf af van de buitenwereld.

Een jaar geleden was ik het zat. Ik had een paar gesprekken bij een psycholoog en zij verwees me naar Eva van GGZ inGeest. Eva is een erg fijne therapeut. Ze geeft gewoon niet op, ze wil me graag beter zien worden. In het begin gingen we samen buiten oefenen. Dan deden we bijvoorbeeld samen boodschappen of we gingen koffie drinken. Ik vond het heel spannend, met zo veel mensen om me heen.

Eén of twee enge dingen per dag

Ik ben steeds meer gaan doen, ook alleen. Maar de angst dat ik stink, is er nog steeds. Laatst heb ik met mijn moeder hierover gepraat. Ze zei: ‘Je kunt je eigen moeder toch wel vertrouwen? Je stinkt niet.’ Maar mensen weten hoe moeilijk ik het vind. Ik denk dat ze daarom niet eerlijk tegen me zijn. Soms zou ik willen dat iemand me vastpakt en zegt dat het echt niet zo is. Eigenlijk is dat ook wel gebeurd, maar het hielp niet. Ik weet dat het uit mezelf moet komen.

Nu heb ik met Eva afgesproken dat ik iedere dag één of twee dingen doe die ik eng vind. Gisteren ging ik boodschappen doen om 5 uur, op het drukste moment. Ik wil dat heel graag kunnen. Toen ik bij de supermarkt kwam, werd ik bang dat ik het niet zou trekken. Toch ben ik naar binnen gegaan. Het was moeilijk, maar ik merkte ook dat het goed was dat ik het deed. Mantra’s helpen daarbij. Ik zeg de hele tijd tegen mezelf: ‘Blijf ademhalen.’

Precies andersom denken

Ik ga door met oefenen. Ik wil niet dat ik dadelijk terugkijk en dat ik een groot deel van mijn leven bezig ben geweest met bang zijn. Als mijn hersenen kunnen denken dat ik stink, kunnen ze ook precies andersom denken. Ik heb er vertrouwen in dat het gaat gebeuren. Ergens diep in mij geloof ik ook niet dat ik stink. Ik merk hoe mensen tegen mij praten op straat of in de winkel. Ze zouden niet zo een gesprek met me voeren als ik zou stinken.

Verder heb ik gemerkt dat ik de angst vergeet, als ik in een gesprek meer op de ander let dan op mezelf. Ook dat wil ik oefenen. Mijn angst wil dat ik in een kamertje blijf want dat is veilig, maar daar heb je niet zoveel aan. Mooie dingen haal je uit de wereld om je heen. Als ik mezelf opsluit, mis ik die.

Asha is niet haar echte naam.