Depressieve en angststoornissen gaan samen met risicovolle veranderingen in de vaten. Deze veranderingen die uiteindelijk leiden tot hart- en vaatziekten kunnen al in een vroeg stadium (subklinisch) worden gemeten.
De onderzoeksvraag was of een depressie of angststoornis samenhangt met subklinische hart- en vaatziekten (HVZ). En dat blijkt het geval. ‘Het lijkt dus raadzaam bij depressie- en angstpatiënten extra aandacht te schenken aan de staat van de hart- en vaatgezondheid’, concludeert Adrie Seldenrijk.
Depressieve of angstige mensen blijken driemaal zoveel kans te hebben op vaatvernauwing in de benen dan een controlegroep. Ook tonen zij een toegenomen stijfheid van de vaten rond het hart. Vaatvernauwing – bijvoorbeeld door beschadigingen waarin zich cholesterol, bloedplaatjes en kalk ophopen – kan zorgen voor verstopping. Vaatstijfheid vergroot de kans op vaatwandbeschadigingen en maakt het voor het hart moeilijker om bloed rond te pompen.
Bovendien blijkt dat mensen met een grotere ernst of duur van de depressie of angstklachten een grotere vaatstijfheid laten zien. Laat-ontstane depressie gaat bovendien samen met een verdikte halsslagaderwand. Een ongezondere leefstijl hangt wel samen met vaatschade, maar kan niet verklaren waarom depressieve of angstige mensen meer subklinische HVZ vertonen.
Hoewel het onderzoek geen uitsluitsel kan geven over oorzaak en gevolg, blijkt een verhoogd HVZ-risico bij zowel angst als depressie al te ontdekken op subklinisch niveau.
Kijk voor meer informatie over onderzoek bij GGZ inGeest op www.ggzingeest.nl/onderzoek .