partner van vumc.nl
Home  |  Contact  |  Prezens  |  Actenz  |  VUmc
a  |  a  |  a

Zoeken

 
Groot in kleinschaligheid - Toonaangevende psychische hulp binnen handbereik

Historie

Inleiding 

"Welke inrichting bestemd is tot verheerlijking van God den Heere, tot bevordering der wetenschap en bekwaming der artsen, voor het werk der Vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen, tot heil van wie daarin genezing zoeken."

Dit is de oorspronkelijke tekst zoals die in de eerste decennia boven de ingang van de Valeriuskliniek stond. De geschiedenis van de Valeriuskliniek is onlosmakelijk verbonden met het gereformeerde gedachtegoed van de stichters van de kliniek: de Vereeniging Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders (1884). Aan het eind van de negentiende eeuw nam deze vereniging het initiatief om samen met de geloofsgenoten van de Vrije Universiteit een nieuwe psychiatrisch-neurologische kliniek aan het Valeriusplein te bouwen. Hier een korte historie van de 100 jaar die daarop volgden. 

   

In den beginne

"Aan deze overwegingen moeten binnen den korst mogelijken tijd de Christenen in Nederland leiden tot de stichting van een Medische faculteit, met een leerstoel in 't bijzonder voor Psychiatrie, aan de Vrije Universiteit, met een daaraan verbonden Gasthuis."


Vanaf de oprichting in 1880 leefde bij de Vrije Universiteit het verlangen naar een eigen medische faculteit. Het draaide vooral om de opleiding van christelijke artsen, die de gelovigen bij geboorte, ziekte en sterven zouden bijstaan. Ook bij de stichters van de Valeriuskliniek, de Vereeniging Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders, was dit een diep gekoesterde wens. Deze Vereeniging wilde graag dat een gereformeerde leerstoel voor Psychiatrie in het leven werd geroepen, met het liefst een eigen ziekenhuis daarbij. En zij had daar de hulp van de Vrije Universiteit voor nodig.

Christelijke barmhartigheid
In 1884 werd de Vereeniging Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders opgericht. Christelijke barmhartigheid was één van de voornaamste motieven. De oprichters vreesden een toenemende invloed van de overheid in de krankzinnigenzorg. Het was niet de bedoeling dat gereformeerden hun patiënten zouden toevertrouwen aan "inrichtingen, waar men het bloed van Christus niet kent". De Vereeniging bleek over veel zelfvertrouwen en ambitie te beschikken, want zij was in 1929 het grootste psychiatrische verband in Nederland. Zij bezat toen naast de Valeriuskliniek vijf inrichtingen: Veldwijk, Bloemendaal, Dennenoord, Wolfheze en Vogelenzang. Pas in de jaren 80 van de 20ste eeuw zou dit verband verdwijnen.

Leerstoel psychiatrie
Voorzitter Lindenboom van de Vereeniging deed aan het eind van de negentiende eeuw met klem de oproep om samen met de Vrije Universiteit zo snel mogelijk een medische faculteit op te zetten, "met een leerstoel in het bijzonder voor psychiatrie, en met daaraan verbonden een gasthuis." Na langdurige onderhandelingen werd in 1907 de eerste wens verhoord: de leerstoel Psychiatrie. De eerste hoogleraar Leendert Bouwman werd ook direct benoemd tot eerste directeur van de kliniek. Eén van zijn eerste taken daarbij was de voorbereiding van de bouw hiervan.

Locatie
Over de exacte locatie van het gasthuis is destijds veel gesteggel geweest. De aanbieding van een stuk terrein in de Watergraafsmeer bleek volkomen ongeschikt. Een beter alternatief was een plek aan de Overtoom. Alleen vanwege eigendomsrechten over de grond viel deze bestemming al snel af. Na andere alternatieven kwam uiteindelijk de huidige locatie aan het Valeriusplein in beeld. Hoewel het terrein kleiner was dan oorspronkelijk beoogd, aarzelde men niet om op deze plek met de bouw te beginnen. Op 24 mei 1909 werd de eerste steen gelegd. Er zouden nog 2,5 miljoen stenen volgen. In 1910 stond dan eindelijk de nieuwe psychiatrisch-neurologische kliniek aan het Valeriusplein in Amsterdam. In de volksmond werd dit al snel de Valeriuskliniek. 

De opening

"Gij zijt, o Heer', van d' allervroegste jaren
Voor ons geweest een toevlucht in gevaren.
Eer berg en rots uit niet geboren waren,
Eer d' aarde rustt' op hare grondpilaren
Van eeuwigheid, o God Die eeuwig leeft,
Zijt Gij de God, Die eind noch oorsprong heeft!"
(Psalm 90:1)

Dit waren officieel de eerste woorden in de Valeriuskliniek. Voorzitter Lindenboom sprak ze uit tijdens de opening op donderdag 3 november 1910 in de collegezaal van het nieuwe gebouw. Tijdens deze opening werd ook uitvoerig stil gestaan bij het feit dat "we kunnen en mogen geen krankzinnigengesticht of sanatorium zijn, we zullen dus alleen beginnende psychosen en beginnende neurosen opnemen". Dit in tegenstelling tot de inrichtingen voor patiënten, waarbij geen herstel optrad. Voor hen bleef er plek in de grote inrichtingen buiten de stad. De kliniek zelf begon met zestig plaatsen, dertig voor mannen en dertig voor vrouwen, verdeeld over drie klassen.

Christelijke identiteit
De wens om tot een christelijke psychiatrie te komen bleek in de praktijk lastig. De Vereeniging had de mond vol over het belang van haar beginselen en van een juist inzicht op het gebied van de godsdienst. Bij nader inzien blijken deze echter geen enkele rol te spelen, zelfs niet op het gebied waar men dit het eerst zou verwachten, de gedachten over de verhouding tussen godsdienst en geestesziekte. Van een eigen, gereformeerde psychiatrie was geen sprake.

De Vereeniging nam het in de negentiende eeuw ontwikkelde medische model van krankzinnigheid over. Zij wilde dat koppelen aan een menslievende en christelijke verzorging en besteedde veel aandacht aan het uitleggen aan personeel en achterban dat de patiënten mensen waren, geen bezetenen, duivels geïnspireerden of bijzondere zondaren. De eerste hoogleraar Bouman was een bekwaam geleerde, die zich in zijn praktische werk ook aansloot bij het gangbare, neurologisch gerichte onderzoek.

Samenwerking aan het plein
Intussen bleef de relatie met de Vrije Universiteit zich verdiepen. In 1918 opende de VU naast de Valeriuskliniek het fysiologisch laboratorium. Ook hier werd een hoogleraar voor benoemd. Toen in 1950 aan de Vrije Universiteit eindelijk de lang gewenste medische faculteit geopend werd, concentreerde deze zich vooral op en rond het Valeriusplein. De afdelingen psychiatrie, neurologie en neurochirurgie in de kliniek en het fysiologische en andere laboratoria daar om de hoek.

De verbouwing

Eind jaren 30 kreeg het pand het uiterlijk zoals we dat nu kennen. Omdat er serieuze problemen met de fundering waren, was een verbouwing onontkoombaar. In 1936 werd ingenieursbureau Ingwersen ingehuurd voor een grondig onderzoek. Aanleiding waren een aantal scheuren in de muren van het gebouw. Ingwersen ontdekte dat de ijzeren balken in de fundering sterk verroest waren en dat de scheuren ontstonden door de te lichte en deels niet juist aangebrachte fundering. Honderd extra betonnen palen moesten verbetering brengen.

Om te voldoen aan de eisen van de tijd leek deze renovatie het toenmalige bestuur ook het juiste moment voor een grondige verbouwing. Kleine veranderingen zoals een nieuwe collegezaal en nieuwe operatiekamers. Maar ook grote: de derde etage kwam erbij en de totale voorgevel werd vernieuwd. Dit laatste moest meer licht in het gebouw brengen. Uiteindelijk was de verbouwing in 1941 klaar. En zoals ook toen niet vreemd was, bleken de kosten drie keer zo hoog als van te voren beraamd. Dit was vooral toe te schrijven aan het dure glas-in-loodraam in de centrale hal. Aanvankelijk had het bestuur zich een klein loden raam voorgesteld en wel op de plaats van het raam tegenover de huidige receptie. Onduidelijk is waarom uiteindelijk een groter raam is aangebracht.

Matthieu Wiegman
Voor het ontwerp van het raam werd kunstenaar Mattieu Wiegman aangetrokken. Als je bij de ingang op een trap gaat staan, valt in de rechter onderhoek nu nog te lezen: "In opdracht van den architect A. Ingwerden 1938 uitgevoerd door Matth. Wiegman." Deze in Zwolle geboren schilder volgde in Amsterdam de Rijksacademie en werd daarna één van de stuwende krachten achter de zogenaamde Bergensche School. Hoewel Wiegman uit een streng katholiek gezin kwam - niet direct een aanbeveling voor de gereformeerde Valeriuskliniek - werd hij waarschijnlijk toch aangesteld omdat hij gedurende zijn carrière veel religieuze voorstellingen had gemaakt. Daarnaast stond hij bekend als een begenadigd glazenier. Ook het glas-in-lood van locatie Hilligaertstraat is van zijn hand.

Het ontwerp
Of het ontwerp van het raam er zonder problemen is gekomen, is de vraag. In de jaren 80 kocht de Valeriuskliniek namelijk bij een kunsthandel een eerste ontwerp van het raam. Het betreft een aquarel van 132 cm hoog en 56 breed. Dit eerste ontwerp verschilt aanzienlijk van het huidige raam. Het geeft een veel realistischer beeld van "de planten en dieren des velds". Diverse figuren zoals de herder, het hert en enkele vogels zijn nu nog wel te zien, maar voor de rest is het huidige raam abstracter dan het eerste ontwerp. Ook de kleuren zijn heel anders. Het feit dat het ontwerp niet in bezit van de Valeriuskliniek was en in de handel terecht is gekomen, doet vermoeden dat dit eerste ontwerp misschien door het bestuur is afgewezen. Maar naar het waarom daarvan is het gissen.

Onbekend
Het archief van GGZ inGeest is nog niet ontsloten, zodat onbekend is of hier correspondentie over bestaat. Misschien vond men het te druk of te kleurig. Misschien heeft de Vereeniging het wel afgekeurd in verband met het beeldverbod uit de Tien Geboden: "Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in de hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is." Misschien dat de werkelijke reden ooit nog boven tafel komt.

De scheiding

In de jaren 70 was de Valeriuskliniek een echt ziekenhuis. Er werkten 500 mensen. Alleen al in de schoonmaak 37. Er was een eigen keuken, een eigen magazijn, een technische dienst, een schilder, een loodgieter, een timmerman en een tuinman. Er was een operatiekamer, een röntgenafdeling, een eigen ambulance, een kinderafdeling, een EEG, een sectiekamer en een koelcel voor de overledenen. Maar in de loop der jaren begonnen de afdelingen Psychiatrie en Neurologie uit elkaar te groeien. Eind jaren 60 ontstonden plannen om deze afdelingen in de Valeriuskliniek van elkaar te scheiden.

In 1969 kwamen de besturen van de Vereeniging en die van het Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag overeen, dat de afdelingen Neurologie en Neurochirurgie aan het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit zouden worden overgedragen. De klinische afdelingen van de Valeriuskliniek kampten namelijk met ruimtegebrek. Verder was het noodzakelijk dat de huisvesting van de psychiatrie verbeterd werd en dat er een tweede operatiekamer voor de Neurochirurgie bijkwam. Voor neurologie gold eigenlijk dat de nabijheid en samenwerking van en met andere specialismen steeds belangrijker werden. Vandaar een verhuizing richting het ziekenhuis.

Turbulente jaren
Maar vaak malen de molens in de gezondheidszorg langzaam. Het zou namelijk tot 1985 duren voordat deze verhuisplannen helemaal gerealiseerd waren. Dat waren ook de jaren waarin grote veranderingen in de psychiatrie volgen. Er gingen stemmen op om psychiatrie, gekoppeld aan 24-uurs verblijf, te vervangen. Het was niet langer humaan, dat paste toch niet in onze tijd. Het kon anders. Menselijker, het waren de jaren van de antipsychiatrie. Meer inspraak, meer rechten voor patiënten. De gangbare psychiatrische behandelingen bleken eerder schadelijker dan nuttig te zijn.

Krappere normen
Er kwamen acties tegen nieuwbouw van psychiatrische ziekenhuizen. Ook de politiek was actief. Het moest goedkoper en zij stelde daarom krappere normen. Instellingen sloegen koortsachtig aan het rekenen. Uitgestelde fusie-ideeën werden weer aantrekkelijk. De verbrokkelde ambulante zorg werd samengesmeed in een netwerk van RIAGG's.

Riskante amputatie
Te midden van deze turbulentie van nieuwe wetgeving, actiegroepen, vernieuwingsideeën, bezuinigingen en coalitievorming, vond uiteindelijk in de Valeriuskliniek de 16 jaar geleden geplande verhuizing van een gedeelte van de organisatie naar het VU ziekenhuis plaats. Neurochirurgie verhuisde in 1979, vervolgens de kinderneurologie in 1981 en tot slot de afdeling neurologie in 1985. Wat oorspronkelijk de intentie had om ruimte te scheppen, betekende in 1985 eigenlijk een riskante amputatie. De psychiatrie zat in het nauw. 

Overleven

De Kliniek in gevaar

Begin jaren tachtig kwam het voortbestaan van de kliniek op twee manieren in gevaar. Wederom bleek de fundering onder het gebouw gedeeltelijk verrot. Met financiële hulp van de Vereeniging kon dit gelukkig spoedig hersteld worden. Bedreigender waren de gevolgen van de landelijke reorganisatie van de psychiatrie: buiten de stad opgenomen patiënten moesten weer terug naar de stad.

Voor Amsterdam gold dat het psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort (later overgegaan in Mentrum en De Meren) terug kwam naar de stad. Het leek erop dat deze instelling de hele psychiatrie in de stad zou overnemen. De gemeente Amsterdam gaf de Valeriuskliniek twee opties. Of men zou de stad uitgaan richting Bennekom. In Bennekom zat het hoofdkantoor van de Vereeniging. Of men zou terugvechten. Dat betekende fuseren met een andere psychiatrische voorziening om aan de door de overheid geëiste langdurige plaatsen erbij te krijgen.

Niet laten wegjagen
De Valeriuskliniek besloot om zich niet uit de stad te laten wegjagen. Er werd een koers uitgezet richting een Algemeen Psychiatrisch Centrum. In deze variant zou de Valeriuskliniek zich overeenkomstig haar ervaring en traditie beperken tot vormen van kortdurende zorg en opvang, tezamen met dagbehandeling en poliklinische behandeling. Onder leiding van hoogleraar Willem van Tilburg werd de kliniek een actief lid van de 'stuurgroep ambulantisering'. Deze laatste onderzocht de mogelijkheid om het zoveel mogelijk uit de kliniek halen en houden van patiënten.

Amsterdams model
Dit leidde tot het 'Amsterdamse model'. Dit model, opgesteld door progressieve psychiaters, de cliëntenbeweging, de gemeente en de provincie, voorzag in de verhuizing van chronische patiënten vanuit Santpoort naar Amsterdam. Voorzieningen dienden kleinschalig en verspreid over de stad worden opgezet. Voortaan moest de opname in een psychiatrische kliniek zo veel mogelijk worden voorkomen en de opnameduur zo kort mogelijk. Er werden behandelcentra voor acute opnames, zogenaamde sociaalpsychiatrische dienstencentra (SPDC) opgezet. Mensen met langdurig psychiatrische problemen werden gehuisvest in een gevarieerd stelsel van beschermende woonvormen.

PCA Zuid/Nieuw-West
Ondanks het feit dat de Vereeniging en het bestuur van de Vk niet echt blij waren met de door de politiek opgedrongen fusiepartner, was er weinig keus. De VK bezat slechts kortdurende psychiatrische bedden. Aanvulling met langdurende plaatsen was echt van levensbelang. In 1987 gingen de Valeriuskliniek en J.C. de Keijzer met haar 90 langdurende plekken toch op in een algemeen psychiatrisch ziekenhuis: het Psychiatrisch Centrum Amsterdam, Zuid/Nieuw-West. De nieuwe instelling kreeg er ook nog 120 patiënten uit Santpoort bij. Door deze fusie was de VK in feite het eerste Verenigingsziekenhuis dat los kwam van de Vereeniging. Voor vier miljoen gulden heeft het PCA het gebouw van de Valeriuskliniek vrijgekocht van de Vereeniging.

Afscheid

Aan het begin van de jaren 90 begon de wind uit een andere hoek te waaien. In 1992 introduceerde de Nationale Raad voor de Volksgezondheid het 'functiegerichte' denken en gaf hiermee indirect het startschot tot de latere fusiegolf.

In plaats van echelons ging het vanaf nu om de clustering van GGZ-functies rondom bepaalde doelgroepen. Dit was de aanleiding tot de ontwikkeling van zorgprogramma's, waarin de hulpbehoefte van de cliënt centraal kwam te staan.

Mulitfunctionele eenheden
Deze ontwikkeling sloot aan bij de al eerder voorgestelde vorming van multifunctionele eenheden, de MFE's. Dit is een  bundeling van voorzieningen voor patiënten die afwisselend behoefte hebben aan ambulante hulp, beschermd wonen of een kortdurende opname. Bij de vorming van deze MFE's waren de RIAGG's en de grotere APZ'en vervolgens op elkaar aangewezen. Vandaar de vele fusies vanaf dat moment. Het PCA Zuid/Nieuw-West ging samen met de RIAGG's en het Dercksencentrum uit dezelfde regio en heette vanaf 2000 GGZ Buitenamstel.

Hereniging Vogelenzang
In 2007 kwam het tot de fusie met De Geestgronden (voormalig Vogelenzang), een GGZ instelling in de omgeving Haarlem, Hoofddorp en Amstelveen. Sindsdien gaan zij samen onder de naam GGZ inGeest. De Valeriuskliniek is nu één van de 20 locaties van deze instelling. Een opvallend feit bij deze laatste fusie is dat de Valeriuskliniek dus herenigd is met psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang. Eerder waren beide instellingen namelijk eigendom van de Vereeniging.

VUmc

Nu staat de fusie met VUmc voor de deur. Als je naar het verleden kijkt is deze fusie logisch. De oprichting, de verdere groei, het begin van de medische faculteit. De cirkel lijkt rond. De kliniek heeft sinds lange tijd ook de werkplaatsfunctie voor arts-assistenten van de faculteit der Psychiatrie en studenten van de faculteit der Geneeskunde.

Ook begint de Psychiatrie in navolging tot de oude afdelingen Neurologie en Neurochirurgie steeds meer richting de somatiek op te schuiven. Een groeiend aantal mensen dat in acute psychische nood raakt, is ook somatisch ziek. Zij hebben dus ook lichamelijke diagnostiek en zorg nodig. En die kunnen beter geboden worden in de buurt van VUmc.

Westflank
Al voor deze fusieplannen was besloten dat de Valeriuskliniek niet meer van deze tijd was. Het pand is te zeer verouderd om er nog goede psychiatrische en betaalbare zorg te kunnen bieden. Even is nieuwbouw op dezelfde plek overwogen, maar vanwege de groeiende vraag om dichterbij andere specialismen te zitten, is gekozen voor nieuwbouw naast VUmc.

In april 2010 is de eerste paal geslagen van de Westflank,  onze nieuwbouw naast VUmc op de hoek De Boelelaan/ Amstelveenseweg waar de huidige functies uit de Valeriuskliniek worden gehuisvest. Wat er met de Valeriuskliniek gaat gebeuren, is nog niet zeker. Wat we in ieder geval wél weten is dat we deze voor ons zo belangrijke locatie niet willen afstoten. Als duidelijk is welke zorg we  daar willen bieden,  zal  het pand zeker aangepast moeten worden aan  die functie en aan de eisen van deze tijd.

Tot slot de Vereeniging
En de Vereeniging? Waar alles ooit mee begonnen is. Wat zou daar mee gebeurd zijn? Goed nieuws, de Vereeniging bestaat nog steeds. Zij heeft in 1987 de Stichting Tot Steun VCVGZ opgericht. Deze stichting beheert het geld dat na het uiteenvallen van de oude verenigingsstructuur met zijn vele ziekenhuizen over is overgebleven. Dit geld wordt nu gebruikt om onderzoek en vernieuwing in de psychiatrische zorg in Nederland te stimuleren.

Frank van Praag
Copyright GGZ inGeest 2012 Privacy Disclaimer Webredactie